Beleidsdoorlichting Kinderopvang – conclusies en consequenties voor de gastouderopvang

Eind december stuurde minister Asscher de Beleidsdoorlichting Kinderopvang naar de Tweede Kamer. De minister kijkt daarin uitgebreid terug op verschillende aspecten van het kinderopvangbeleid en de effecten daarvan. De beleidsdoorlichting evalueert onder ander de effecten van het kabinetsbeleid op gastouderopvang:

Gastouderopvang neemt volgens het kabinet een eigen plaats in het totale aanbod van kinderopvang in; door kleinschaligheid en flexibiliteit en doordat ouders over het algemeen tevreden zijn over de gastouderopvang. Misbruik en oneigenlijk gebruik binnen gastouderopvang zijn de afgelopen vijf jaar door gerichte maatregelen uit 2010 en 2012 teruggedrongen. De focus kan wat het kabinet betreft nu worden gelegd op kwaliteitsverbetering van de gastouder¬opvang en de professionaliteit en de arbeidsrechtelijke positie van de gastouder. Daarnaast gaat het kabinet verkennen of – op termijn – familiaire opvang uitgezonderd zou moeten worden van de Wet kinderopvang.

Het kabinet wil de komende tijd in samenwerking met de branche een plan van aanpak voor deze onderwerpen uitwerken. Het plan van aanpak zou in het najaar naar de Tweede Kamer gaan. Brancheorganisatie Kinderopvang vindt het van belang nauw betrokken te zijn bij de verdere plannen en is van mening dat veranderingen in het beleid van de gastouderopvang altijd in onderlinge samenhang moeten worden bezien.

Verbetering professionaliteit gastouders
Het kabinet stelt dat de kwaliteit van gastouderopvang geborgd is, maar in Europees verband in de middenmoot zit. Dit betreft dan voornamelijk de begeleiding die de gastouders krijgen bij hun werkzaamheden. De kwaliteit van gastouderopvang blijft volgens het kabinet ook achter ten opzichte van de kwaliteit van de opvang in kindercentra.
Wij vinden het belangrijk om daarbij de kanttekening te maken dat er de afgelopen jaren geen stevig overheidsbeleid is gevoerd op de kwaliteit van gastouderopvang. De focus was tot nu toe gericht op kindercentra, zowel bij de kwaliteitsverbetering – met de gelden en inzet van BKK – als bij de herijking van de kwaliteitseisen onder Het Nieuwe Toezicht. De politieke keuze is gemaakt niet te investeren in de kwaliteitsverbetering van de gastouders. Dat verklaart het verschil in kwaliteitsontwikkeling.
Brancheorganisatie Kinderopvang ziet zeker verbetermogelijkheden, zoals permanente educatie en intervisie, waarmee de professionaliteit van de gastouder kan worden verhoogd. We zijn blij met de jaarlijkse meting van pedagogische kwaliteit. De uitkomsten kunnen worden gebruikt bij de kwaliteitsverbetering van de gastouderopvang. We hopen dat op basis daarvan ook daadwerkelijk geïnvesteerd wordt in de professionaliteit van de gastouders.
Daarnaast zijn wij van mening dat beleid valt en staat bij adequaat toezicht en handhaving. Op het terrein van toezicht in de gastouderopvang vindt Brancheorganisatie Kinderopvang dat gemeenten hier nog verbeteringen in kunnen aanbrengen.

Arbeidsrechtelijke positie gastouders
Een ander aspect is de arbeidsrechtelijke positie van gastouders en de reikwijdte van de gastouderopvang. Uitgangspunt is dat wijzigingen alleen wenselijk zijn als ze ook daadwerkelijk zullen leiden tot een reële verbetering van de arbeidsrechtelijke positie van gastouders. Hiermee lijkt het kabinet tot een meer genuanceerd standpunt te komen dan eerder in reactie op het advies van de Commissie Kalsbeek over de Regeling Dienstverlening aan huis uit 2014.
In Nederland zijn ongeveer 30.000 gastouders werkzaam, waarvan onze inschatting is dat 8.000 gastouders werken onder de Regeling Dienstverlening aan huis. Deze vorm van gastouderopvang is met twee kinderen redelijk betaalbaar. Zo blijft deze vorm van kinderopvang in het witte circuit en in het zicht van overheidstoezicht. Ook lopen deze gastouders zo mee met de professionalisering van gastouders, ingezet door de branche, met als doel permanente educatie en zorgdragen voor ontwikkelingsgerichte kinderopvang.
Brancheorganisatie Kinderopvang staat achter de versterking van de positie van werknemers. Wel is het belangrijk rekening te houden met de (kosten)effecten, de wijze waarop dit wordt gecompenseerd en de mogelijke gedragseffecten die kunnen optreden. In de beleidsdoorlichting worden vijf scenario´s beschreven, waarbij wordt aangegeven dat de vijfde – in loondienst nemen van de gastouder – als het meest haalbare scenario wordt gezien. Het werkgeversrisico is groot, vindt de brancheorganisatie, en daardoor niet haalbaar. De brancheorganisatie zal scherp blijven toezien op de consequenties en betaalbaarheid van dit deel van de gastouderopvang.

Familieopvang
Het kabinet vraagt zich af of het wenselijk is dat de overheid zich mengt in de verzorging van kinderen in familieverband. Het kabinet is van plan om te verkennen of op termijn opvang door familieleden uitgezonderd moet worden van de Wet kinderopvang en de kinderopvangtoeslag. Een deel van de ouders zal voor formele kinderopvang kiezen. De besparing die dat zou opleveren, kan dan worden ingezet voor verdere verbetering van de kwaliteit van de gastouderopvang.
Het kabinet wil dat individuele gastouders zich verder professionaliseren. De rol van gastouderbureaus kan hierin groter zijn dan nu het geval is. In het buitenland zijn hier goede voorbeelden van. In overleg met partijen uit het veld wil het kabinet een aanpak ontwikkelen voor een betere begeleiding van gastouders. Deze gedachtengang van het kabinet sluit goed aan bij de gedachtenvorming rond dit thema in de Adviesraad Gastouderopvang.
De afgelopen jaren stelde Brancheorganisatie Kinderopvang zich naar buiten toe neutraal op in de discussie rondom familieopvang. Tijdens de Algemene Ledenvergadering van november 2015 is gesproken over familiaire opvang en aansluitingen van een gastouder bij meerdere gastouderbureaus. De leden stemden in met het voorstel van het bestuur om hierover een enquête en een ledenbijeenkomst voor alle leden van de brancheorganisatie te organiseren. De Adviesraad Gastouderopvang brengt binnenkort op basis van de enquête en ledenbijeenkomst een advies uit aan het bestuur. Het bestuur zal op basis daarvan een advies voorleggen aan de leden tijdens de Algemene Ledenvergadering van 17 februari 2016.

Plan van aanpak: najaar 2016
Het kabinet wil in het najaar een integraal plan van aanpak naar de Tweede Kamer sturen. Hiermee wordt ingezet op het behoud van de positieve aspecten van deze kleinschalige vorm van kinderopvang, op het verhogen van de kwaliteit, het verder beperken van de fraudegevoeligheid en effectieve en efficiënte inzet van publieke middelen. Deze uitwerking wil het kabinet samen met veldpartijen uitvoeren.
Brancheorganisatie Kinderopvang zal de komende tijd de betrokkenheid en het tijdpad hierbij bespreken. Basis voor de inzet van de brancheorganisatie vormen het Visiedocument Kwaliteit Gastouderopvang, de Adviesraad Gastouderopvang, de raadplegingen van de leden van de afgelopen tijd en de uitkomsten van de Algemene Ledenvergadering van 17 februari aanstaande.

Ga naar acualiteiten-overzicht >