Verslag van de Drakepit Netwerkdag

We don’t see the things as they are, we see things as we are…. (Talmud) 

Met een inspirerende netwerkdag hebben we het nieuwe werkjaar op 17 september gezamenlijk geopend. Zoals iedere jaar neemt Carla Meertens ons in het begin mee naar wat Rudolf Steiner als essentie ziet van pedagogisch handelen: “Wij kunnen onze taak alleen naar behoren vervullen. wanneer wij haar niet slechts beschouwen als een aangelegenheid van het intellect en van het gemoed, maar als een taak die in hoogste zin moreel en geestelijk is; daarom zult u begrijpen dat we ons vandaag, bij het begin van ons werk, eerst bezinnen op de verbinding met de geestelijke werelden, die we juist door ons werk meteen in het begin willen leggen.” Steiner sprak deze woorden bij de opening van de eerste vrije school in Duitsland in 1919 en ook met ons werk bij Drakepit proberen wij nog steeds invulling te geven aan deze oproep.

Nadat we ons de laatste twee netwerkdagen bezig hebben gehouden met de werking van het etherlichaam, willen we nu een aantal bijeenkomsten wijden aan het waarnemen van kinderen en de documentatie hiervan. Onze gastouders zijn zo begaan met de kinderen en doen tijdens de opvang zo vele waardevolle waarnemingen op, dat we willen kijken hoe we deze waarnemingen kunnen bundelen tot iets wat de gastouder de ouders mee kan geven als het kind bijvoorbeeld stopt in de opvang om naar school te gaan. Uiteraard zal iedere gastouder hiervoor haar/zijn eigen vorm in moeten vinden, maar wij willen hieromtrent ook iets gezamenlijks  ontwikkelen. En we willen samen aan de slag gaan om ons waarnemings- en oordeelsvermogen te scholen en inspiratie op te doen voor de documentatie hiervan.

Bij de aftrap van deze “waarnemings-/documentatie-drieluik” op 17 september hebben we nog even de verleiding weerstaan om ons direct te gaan richten op het ontwerpen van waarnemings-instrumenten en het vormgeven van een mooi overdrachtsdocument. We willen uiteindelijk wel de uitdaging aangaan om iets concreets te maken wat bij Drakepit en de werkwijze van onze gastouders past, maar ons leek het nodig om de eerste keer stil te staan bij de kunst van het waarnemen en welke houding  dat eigenlijk van eenieder vraagt.

Daarom hebben we Albert de Vries uitgenodigd om tijdens deze dag met ons te werken. Albert is medeoprichter van de Academie voor Ervarend Leren en heeft voor professionals in de heilpedagogie maar ook voor mensen uit het bedrijfsleven de methode van “Inlevend waarnemen” ontwikkeld. Met inlevend waarnemen kun je op zoek gaan naar de essentie van iemands gedrag, naar zijn of haar handelingsimpuls. Je probeert de ander op die manier zo min mogelijk langs je eigen meetlaat (waarnemingskader) te leggen, maar je probeert hem/haar van binnenuit te begrijpen om een idee te krijgen wie de ander in wezen is en wat hem beweegt. Door zijn werk in heilpedagogische instellingen is Alberts methode juist goed toepasbaar op het waarnemen van mensen die weinig kunnen vertellen over hun handelingsimpuls. Dit maakt zijn methode ook erg goed toepasbaar op het werken met (kleine) kinderen. Inlevend waarnemen is niet alleen een respectvolle en professionele manier van kijken, maar is voor jou als opvoeder of begeleider ook de voorbereiding op een goede interventie. Het brengt je weer in contact met je eigen intuïtie en creativiteit en wordt een, zo niet de belangrijkste bron voor je professionaliteit.

Na een inleiding over “Inlevend Waarnemen” in de ochtend hebben we gedurende de dag vooral geoefend met de methode van inlevend waarnemen die Albert ons heeft aangereikt. Hierbij zijn we tot vele waardevolle inzichten gekomen:

  • Bij het inlevend waarnemen zit je ratio je vaak in de weg. Een handelingsimpuls van iemand “bedenk” je niet. Het willen snappen, analyseren, doorgronden van iemand werkt in dit geval contraproductief. Maar ook je gevoel kan je op het verkeerde been zetten. Albert benadrukt steeds weer dat inlevend waarnemen echt iets anders is dan objectief waarnemen. Zowel bij het willen snappen als ook bij het objectieveren blijf je als het ware tegenover de ander staan en probeer je vanuit jouw positie een verklaring voor het gedrag van de ander te vinden. Met “inlevend waarnemen” probeer je nu juist deze kloof te overbruggen door mee te bewegen met het onbegrepen handelen. Dat betekent niet per se dat je dit handelen daarmee accepteert of goed praat. Het meebewegen is een noodzakelijk stap in het willen begrijpen en een voorbereiding op een intuïtieve handeling, die een goede uitwering heeft op het gedrag. Door (letterlijk) mee te bewegen en mee te doen kun je als het ware van binnenuit ervaren wat een andere bezielt en aandrijft. De ervaring die je daarbij opdoet wordt je vervolgens gewaar en kun je proberen te verwoorden.
  • Verrassend is Alberts uitnodiging om de methode met behulp van een vragenlijst telkens in korte tijd te doorlopen. Omdat het soms lastig is om mee te bewegen met het gedrag uit de ingebrachte voorbeelden en nog lastiger om deze ervaring te verwoorden, ben je geneigd om heel veel achtergrondinformatie te willen weten en lang na te denken voordat je de eerste vragen van het formulier invult. Vervolgens moet je op zoek naar de potentie van dit gedrag, naar de positiviteit hiervan. In welk beroep is dit gedrag een kwaliteit? Albert benadrukt dat het belangrijk is te stoppen zodra er een beeld in je opkomt. Accepteer dat wat in je opkomt, ook al begrijp je het niet. Dit vraag een zekere moed! Als je je laat verleiden om verder te zoeken naar beelden die (zogenaamd) nog beter passen, ben je vaak niet meer inlevend bezig, maar analytisch vanuit een buitenpositie. Per casus zijn we dus maximaal 20 minuten bezig. Aan het einde van het formulier wordt je gevraagd om deze beelden weer terug te vertalen naar concrete situaties waarin het gedrag, dat in de casus als storend of onbegrepen wordt ervaren, passend zou zijn en een waarde toegevoegd. Wat wordt er van jou gevraagd om deze situaties te creëren? Vervolgens kun je deze interventies in de praktijk uitproberen en kijken wat het oplevert.
  • Om de handelingsimpuls van iemand te herkennen dien je naar het ‘Hoe” te kijken en niet naar het “Wat”. Wij zijn zo gewend om te kijken naar wat iemand doet (en welke consequenties dat heeft), dat we – met name als het om storend of onbegrepen gedrag gaat – nauwelijks meer kunnen zien hoe degene de dingen doet en welke kwaliteit in dit handelen ligt.Albert is vrij radicaal in zijn overtuiging dat elk mens eigenlijk maar één handelingsimpuls heeft die op verschillende manieren verschijnt
  • Als het je wel lukt om naar het “Hoe” te kijken, verschijnt de ander in wat hij in wezen te brengen heeft en kun je creatief kijken waar juist deze handelingsimpuls een toegevoegde waarde heeft.
  • Als je de handelingsimpuls van iemand kan richten op waar deze impuls een toegevoegde waarde heeft, voelt de persoon in kwestie zich gezien en gewaardeerd. Dit leidt over het algemeen al tot een grotere ontspanning, ook in situaties waar de handelingsimpuls tot wrijvingen leidt. Ook kunnen vele situaties met een beetje creativiteit zo ingericht worden dat er verschillende mensen vanuit hun eigen handelingsimpuls er een zinvolle bijdrage in kunnen hebben.
  • In situaties waarin we onbegrepen of storend gedrag ontmoeten, zijn we vaak zo erop gericht om een oplossing te vinden, dat we vergeten waar te nemen wat er op dat moment überhaupt gebeurt en vanuit welke (positieve) impuls het (wellicht in deze situatie storend) gedrag ontstaat. Om goed waar te kunnen nemen moet je daarom – in iedere geval tijdelijk – afstand nemen van het behoefte om er iets aan de situatie te willen veranderen.

Al deze inzichten geven weer even voldoende input om met ons project over observeren en documenteren verder aan de slag te gaan. In maart zullen we hier een vervolg aan geven op onze volgende netwerkdag

Ga naar acualiteiten-overzicht >