Pedagogisch beleid van Drakepit

De gastouders van Drakepit bieden kleinschalige, professionele kinderopvang. Met een warme veilige, huiselijke omgeving, continuïteit, individuele aandacht en een goede relatie tussen gastouder en kind willen ze bijdragen aan een veilige hechting en vertrouwen in de wereld, waardoor een kind optimale ontwikkelingskansen krijgt. De gastouders treden de kinderen op respectvolle wijze tegemoet, waarbij ze een gelijkwaardige mens tot mens relatie kunnen ervaren. Het is ons inziens van groot belang dat kinderen in hun eigenheid worden gezien en dat de ontwikkeling van die eigenheid wordt ondersteund. We laten ons hierbij inspireren door het antroposofische mens- en wereldbeeld van de Oostenrijkse filosoof Rudolf Steiner (1862- 1925). Hij benadrukt het belang van de ontwikkeling van de eigen individualiteit in de kindertijd binnen een sociale context. Deze eigenheid vormt als het ware de basis van de hele menselijke biografie. Zo zijn kind-zijn en mens-worden onlosmakelijk met elkaar verbonden. Ook de pedagogen Henning Köhler, Janus Korzack en de zienswijze van de Reggio Emilia pedagogiek, evenals de ´cultuur van het hart´ – benoemd door Bernard Lievegoed en beschreven in het werk van Jelle van der Meulen – vormen belangrijke inspiratiebronnen. Uitgaand van onze pedagogische visie geven we invulling aan de wettelijk vereiste taken:

1.  Het bieden van emotionele veiligheid

De gastouders van Drakepit bieden kinderen emotionele veiligheid door:
overdracht

  • eerbied en respect te tonen voor mens, dier en omgeving
  • het samenzijn tot fijne momenten te maken
  • structuur te geven en duidelijk te zijn
  • een herkenbaar dagritme te volgen
  • seizoenen en jaarfeesten samen te beleven en vieren
  • open te staan voor feedback en te reflecteren op het eigen handelen

De gastouders van Drakepit streven ernaar een leefklimaat te scheppen dat hoort bij een warm liefdevol gezin. De kinderen worden op een positieve manier benaderd, de gastouders werken vanuit een gevoel van eerbied en respect voor de mensen, dieren en dingen om ons heen.

Plezier beleven in het samenzijn en samendoen

Samen verzorgen gastouder en kinderen het huis en de tuin en maken ze het mooi en gezellig. Kinderen worden in hun eigenheid geaccepteerd en krijgen ruimte om zelf op ontdekkingsreis te gaan. Belangrijke momenten van warmte en contact zijn de tijden waarop een kind verzorgd wordt: bij het verschonen van de luier, naar bedje brengen, aankleden. Door het samenzijn tot fijne momenten te maken beleeft men plezier aan de dag. Behulpzaam zijn en rekening houden met elkaar is belangrijk bij onze gastouders. De gastouders proberen het goede voorbeeld te geven en waar nodig de kinderen hiermee te helpen.

Om kinderen vertrouwd te maken met het leven en de dingen die daarbij horen, worden ze uitgenodigd mee te helpen met de activiteiten als broodbakken, afwassen, kleertjes wassen en de vloer vegen. Zij kunnen net als thuis alles nabootsen, om zich zo het leven eigen te maken.

Duidelijk dagritme

Het is van belang dat kinderen in deze periode ervaren dat het leven goed is. Eén van de voorwaarden hiervoor is een dagritme waarin een duidelijke structuur is aangebracht. Het terugkeren van dagelijkse dingen vormt een houvast voor de kinderen; ze merken dat de dag verloopt zoals ze dit gewend zijn, waardoor ze kunnen ontspannen en hun krachten kunnen aanwenden voor hun eigen ontwikkeling. Dit zorgt voor een basaal gevoel van veiligheid. Vanuit deze visie markeren gastouders van Drakepit de vaste momenten van de dag, zoals eet– en slaaptijden, met terugkerende zangspelletjes en spreuken. De structuur van de dag kenmerkt zich door momenten van activiteit afgewisseld met momenten van rust. Genoeg slaap is onontbeerlijk. Om alle opgedane indrukken te verwerken en zo uit te rusten dat er weer wat nieuws geleerd kan worden. Dit ritmische voltrekken van de dag is voorwaarde voor een gezonde ontwikkeling.

Ook het afscheid nemen is makkelijker als het volgens een vast ritueel gaat. Kinderen herkennen deze momenten zodat ze weten wat er staat te gebeuren, dat geeft veiligheid en vertrouwen. Rituelen verzorgen de stroom van de dag, deze flow zorgt dat een mens goed gedijt.

Rituelen en feesten

Rituelen door het jaar heen nemen ook een belangrijke plaats in. De gastouders geven de kinderen besef van het jaarritme mee door het verzorgen van een seizoenstafel en het samen beleven en vieren van de seizoenen en de bijbehorende jaarfeesten. Dit worden zo herkenbare periodes met eigen rituelen.

Jaarfeesten, zoals Pasen, Pinksteren, Sint Jan, het Michaëlsfeest, Sint Maarten, Advent, Sinterklaas en Kerstmis brengen ritme in het jaar en zijn leidraad voor activiteiten met de kinderen. Door het meebeleven van het ritme van de jaarfeesten krijgt het jaar contour; het is niet slechts het voortschrijden van de tijd maar een beweging die het jaar zin en inhoud geeft. Ieder jaarfeest en de tijd eromheen heeft zijn eigen karakter en vaak is de voorbereiding van een jaarfeest nog belangrijker dan het feest zelf.

Lerende houding en zelfreflectie

Belangrijke voorwaarde voor het creëren van emotionele veiligheid voor de kinderen is ons inziens bovendien de bereidheid van de gastouders tot scholing en zelfreflectie en voor ons is dit een essentieel onderdeel van professionaliteit.

Het steunt kinderen in hun emotionele veiligheid als ze ervaren dat de volwassenen die hen begeleiden zicht hebben op hun eigen schaduwkanten, dat ze ook bereid zijn deze te erkennen en aan het werk willen om er verbetering aan te brengen.  Daarom vraagt

Drakepit aan haar gastouders  in intervisiegroepen meerdere keren per jaar met collega gastouders het eigen gedrag onder de loep te nemen.

2.  Ontwikkeling van persoonlijke en sociale competenties

sociaal

Gastouders van Drakepit begeleiden kinderen in de ontwikkeling van persoonlijke en sociale competenties

  • vanuit een antroposofisch mensbeeld
  • door bijzondere aandacht voor de fysieke, zintuiglijke en
  • creatieve ontwikkeling
  • door voorbeeldgedrag van de gastouder
  • door een individuele benadering van elk kind
  • door ze te stimuleren en positief te bevestigen
  • door in een kleine hechte groep een relatie met anderen op te kunnen bouwen en te ervaren wat het betekent om tegelijk met de ander IK te kunnen zijn

Antroposofisch mensbeeld

De antroposofie is een belangrijke inspiratiebron hoe er bij Drakepit naar kinderen gekeken wordt. Wat is een mens en in het bijzonder een kind eigenlijk? Hoe en waardoor ontwikkelt hij zich? De mens wordt gezien als een lichamelijk wezen, maar tegelijkertijd – anders dan een dier – ook als individueel geestelijk wezen. Het kind komt niet als een onbeschreven blad op aarde, wat je naar believen kunt kneden en vormen. Het brengt vanuit zijn

geestelijk wezen bepaalde talenten en motieven mee, die het met behulp van de ziel en zijn lichamelijk wezen kan ontwikkelen en realiseren (voor meer informatie hierover zie de literatuuropgave).

Fysieke ontwikkeling

In de periode van 0 tot 6 à 7 jaar staat de lichamelijke ontwikkeling van het kind centraal; de groei en de motoriek. Door veel te spelen en te bewegen, door een regelmatige dag-indeling en door liedjes en een opgewekte sfeer wordt het kind ‘baas in eigen lichaam’.

Het fysieke lichaam vormt de basis voor het tot bloei komen van de eigen individualiteit, waarmee een kind later zijn of haar waardevolle bijdrage tot de wereld kan leveren. De gastouders van Drakepit scheppen uitnodigende voorwaarden voor deze fysieke ontwikkeling. Er is voldoende ruimte om binnen en buiten te bewegen en kinderen kunnen in een huiselijke sfeer op ontdekkingstocht gaan.

Zintuiglijke ontwikkeling

Kleine kinderen leven met volle overgave in de hen omringende wereld. Zij gaan nog helemaal op in hun zintuiglijke indrukken. Een heel klein kindje is bijna één en al zintuig en staat open voor de wereld en alles wat zich daar afspeelt. Onze gastouders zijn zich bewust van deze openheid en van het feit dat kleine kinderen nog geen bescherming hebben tegen allerlei prikkels. Daarom wordt er bijzondere aandacht besteed aan de omgeving waarin het kleine kind vertoeft. Inrichting en speelgoed worden zorgvuldig gekozen; natuurlijke materialen, kleuren en geluiden zijn van groot belang. Voor bekleding en beddengoed wordt vaak gekozen voor katoen, zijde en wol. Ook de poppen zijn van zachte wol. Het speelgoed is voornamelijk van hout.

De kleuren die gebruikt worden zijn zacht en rustig van tint. Van schreeuwende kleuren kunnen kinderen overprikkeld en dus onrustig raken. De slaapruimtes zijn rustig zodat de zintuigen zo min mogelijk worden aangesproken om de overgang naar het slapen eenvoudig te maken. Met audio/visuele apparatuur wordt met terughoudendheid omgegaan. Op het gebied van voeding kiezen onze gastouders voor kwaliteit. Er wordt zo veel mogelijk gebruik gemaakt van biologische producten waar geen kunstmatige stoffen aan zijn toegevoegd. Ook wordt het suikergebruik beperkt omdat suiker in smaak overheerst; we geven de voorkeur aan honing of ahornsiroop als zoetstof.

Creativiteit

Drakepit wil kinderen graag de ruimte bieden hun eigen creativiteit te ontdekken. Het speelgoed dat wordt aangeboden dient altijd ruimte te laten voor een eigen invulling.
Neutraal gekleurde blokken kunnen het ene moment een auto zijn, het volgende moment een huis. Een pop waarvan de gezichtsuitdrukking niet heel duidelijk is laat ruimte voor de eigen emotie van een kind.
Zo zijn er lappen die kunnen dienen als prinsessenjurken, maar ook een hut kunnen vormen als hij over tafel gelegd wordt. Met de kinderen die daar aan toe zijn, wordt geknutseld met materiaal uit de natuur dat aansluit bij het seizoen. Ook kan er worden geschilderd of getekend, waarbij ‘het doen’ en niet ‘het resultaat’ centraal staat. Er wordt echter wel met respect omgesprongen met de creaties van de kinderen.

Voorbeeldgedrag

Het is belangrijk dat kinderen opgroeien in een situatie waarin de voorwaarden geschapen worden voor een gezonde ontwikkeling. Naast deze hierboven beschreven voorwaarden m.b.t. ruimte en materiaal, is de gastouder zelf de belangrijkste voorwaarde voor de ontwikkeling van het kind. Door wie deze gastouder is, wat zij (hij) doet en hoe deze het kind benadert. De leeftijd van 0-7 jaar is de periode waar onze gastouders het meest mee te maken hebben. Deze fase kenmerkt zich voornamelijk door nabootsing. Kinderen leren de wereld kennen door datgene wat ze ontmoeten zelf na te doen; dat maakt het belang van het bewustzijn over het eigen handelen voor een gastouder groot. De gastouder heeft hier immers een duidelijke voorbeeldfunctie.

Individuele benadering

Kinderen geven zelf het tempo van hun ontwikkeling aan. Gastouders proberen hier op in te spelen door goed waar te nemen wat de kinderen aan materiaal of hulp nodig hebben en dit aan te bieden. Om tot inzicht te komen wat een kind nodig heeft om zijn ontwikkeling stromend te houden, is ‘objectieve waarneming’ een belangrijk element. Het onderscheid tussen de behoefte aan veiligheid (van bijvoorbeeld een terugkerend spel) om van hieruit zelf-

vertrouwen op te bouwen voor een nieuw te nemen stap, versus het gevangen zitten in bepaalde spelpatronen, is soms moeilijk te maken. Toch is het van groot belang dergelijke verschillen te herkennen omdat het om een totaal ander aanbod vraagt van spel of activiteit. Daar waar hardnekkige eenzijdigheden ontstaan en gastouders ervaren dat een kind vast zit in een bepaalde patroon zullen ze in overleg met de ouders proberen het kind te helpen weer een goede balans te vinden.

Stimuleren en positief bevestigen

Bij Drakepit willen we met respect omgaan met het eigene wat zich in een kind wil ontwikkelen. Opvoeding vanuit dit respect vraagt een open en beweeglijke houding, zo vrij mogelijk van vastgeroeste ideeën over ‘hoe het moet’. Deze houding leidt tot een opvoeding, die het kind voornamelijk uitdagingen en kansen biedt, mits er duidelijke structuren en grenzen zijn. Onze gastouders willen de kinderen bezien met een bevestigende, niet veroordelende blik en vinden het belangrijk de kinderen positief te benaderen. Negatief gedrag wordt niet als zodanig gezien en hoeft dus ook niet bestraft te worden; kinderen zijn de wereld immers nog aan het ontdekken. Wel laten gastouders zien dat we gewend zijn sommige dingen anders te doen. Bij kleinere kinderen is het vaak voldoende ze met een liedje of i.d. af te leiden, bij oudere kinderen probeert de gastouder de consequentie van het getoonde gedrag te laten zien en voelen. Er is echter een duidelijke grens, die ontstaat als de veiligheid van het kind zelf of die van een ander kind in het geding is. Ook is er in basis geen twijfel over het feit dat de gastouder voortdurend de regie heeft over wat er gebeurt.

In relatie met anderen leren ruimte te nemen en grenzen te accepteren

De kleinschaligheid van de groep maakt het mogelijk elk kind heel individueel te benaderen om zo te kunnen bieden wat er nodig is. En de kleinschaligheid maakt ook dat de kinderen niet alleen met de gastouder, maar ook onderling een echte relatie op kunnen bouwen. Net als in een gezin zijn ze als het ware tot elkaar veroordeeld en leren ze met de ander rekening te houden en op een verantwoorde manier ruimte voor zich zelf te in te nemen. Ook het feit dat de groepen meestal vertikaal samengesteld zijn (kinderen van verschillende leeftijden bij elkaar) doet een beroep op het vermogen van de kinderen om rekening te houden met elkaars behoeften en mogelijkheden, en te accepteren dat hierdoor ook grenzen ontstaan. Daarnaast kunnen de jongere kinderen van de oudere kinderen leren, worden ze door hen geholpen en is het voor de oudere kinderen soms een verademing even in de wereld van het heel kleine kind te mogen verblijven.

3.  Overdracht van normen en waarden

overdracht
Gastouder van Drakepit dragen normen en waarden over door:

  • normen en waarden voor te leven
  • kinderen de consequenties van hun handelen duidelijk te maken
  • normen en waarden te hanteren die passen bij de ontwikkelingsfase van het kind en die aansluiten bij elk zijn individualiteit

Voorleven van normen en waarden

Belangrijker dan het aanleren van normen en waarden is het voorleven hiervan. Het gedrag en de morele kwaliteit van de gastouder is van essentieel belang. Als de omgeving ‘goed’ is, zal het identificatieproces optimaal op gang komen. De drang tot nabootsing die elke peuter en kleuter eigen is, werkt ook hier positief uit op het kind.

Consequenties van het eigen handelen op anderen

Kleine kinderen hebben nog geen moreel besef. Ze denken vanuit zich zelf en hun inlevingsvermogen is nog niet ontwikkeld. Hun gedrag is daarom per definitie niet goed of slecht, ze proberen gewoon dingen uit, geleid door hun eigen waarnemingen en gevoelens. Hier moet in hun leefomgeving, dus ook bij de opvang, ruimte en respect voor zijn. Langzamerhand kan het kind leren dat zijn handelen consequenties heeft voor anderen en dat de ruimte die het kind voor zich zelf opeist de ruimte voor iemand anders kan beperken. Vanuit dit besef kan het kind met behulp van de gastouder leren rekening te houden met een ander en wordt de zin van regels en afspraken begrijpelijk.

Normen en waarden die passen bij de leeftijd en het individuele kind

Normen en waarde moeten gerelateerd worden aan de leeftijd van een kind. Psychologe Ingeborg Bosch schrijft: “Een tweejarige heeft bijvoorbeeld sterk de behoefte uitdrukking te geven aan haar individualiteit en een duidelijk onderscheid te maken tussen wat wel en niet van haar is. Ze wil haar speelgoed niet met anderen delen. Als de opvoeders in staat zijn deze behoefte van het kind te respecteren, zal het kind uiteindelijk meer inlevingsvermogen ontwikkelen dat nodig is om echt vanuit zichzelf met anderen te delen. Deze vaardigheid manifesteert zich van nature meestal als kinderen ongeveer zes jaar zijn. Hoeveel kinderen mogen in onze samenleving tot hun zesde jaar ‘egoïstisch’ zijn?” Uiteraard moet er gedeeld worden in de groep kinderen en moet elk kind leren rekening te houden met de anderen kinderen. Maar dit kan ook doordat de gastouder duidelijke grenzen stelt en af en toe rustig ingrijpt zonder het kind al te moralistisch te corrigeren. En tenslotte moeten normen en waarden gerelateerd worden aan het individuele kind. Waar het ene kind juist moet leren om zich wat in te houden, zou het andere kind gestimuleerd moeten worden om vaker de ruimte te nemen en op de voorgrond te treden. Deze visie op de overdracht van normen en waarden vraagt van de gastouder nog al wat: Aan de ene kant is het van belang dat de gastouder een duidelijk en consistent systeem van normen en waarden heeft. Alleen dan kan ze het herkenbare morele gedrag vertonen dat kinderen de kans op nabootsen geeft.

Aan de andere kant mag dit systeem van normen en waarden de gastouder niet belemmeren om steeds weer met frisse blik te kijken welke normen en waarden bij het individuele kind en zijn ontwikkelingsfase passen en hoe deze in elke specifieke situatie kunnen worden toegepast.

Ook is het belangrijk de achtergrond en de cultuur van het kind te kennen en te begrijpen, en ook hier is het vanzelfsprekend zo dat er respect is voor het anderszijn van de ander.

4.  Rol van Drakepit m.b.t. het naleving pedagogische richtlijnen

Wij werken samen met gastouders die onze pedagogische visie delen en die, vanuit innerlijke motivatie, ernaar streven onze richtlijnen iedere dag in praktijk te brengen. Door samen met de gastouders een ontwikkel- en leergemeenschap te vormen willen we de geest die achter deze pedagogische visie staat levend houden en regelmatig opnieuw stilstaan bij de vraag wat deze richtlijnen praktisch van de gastouder vragen. Door samen te reflecteren, elkaar tips en adviezen te geven en elkaar ondersteuning te bieden in elk haar ontwikkeling, willen we de gastouders helpen om de grote persoonlijke uitdaging die dit pedagogisch beleid met zich meebrengt aan te gaan. Nieuwe gastouders bij Drakepit leggen we in een intakegesprek onze pedagogische visie zo goed mogelijk uit en we nodigen hen uit om bij alle vragen contact met ons op te nemen. Bovendien proberen we nieuwkomers aan ervaren gastouders van Drakepit in de buurt te koppelen om ook zo een laagdrempelig netwerk voor ‘overdracht van knowhow’ te faciliteren.

Uiteraard nemen we ook ons toeziende functie waar. In het contract tussen Drakepit en een gastouder verplicht de gastouder zich kinderen op basis van de hierboven geformuleerde pedagogische visie op te vangen en te begeleiden. Bij minimaal twee huisbezoeken per jaar komt naast de risico-inventarisatie ook de naleving van de pedagogische richtlijnen aan de orde. Minimaal één keer per jaar neemt Drakepit mondeling contact met de vraagouders op om de opvang van de gastouder te evalueren.

5. Literatuuropgave en verantwoording

Bij het schrijven van het pedagogisch beleidsplan hebben we gebruik gemaakt van de volgende literatuur:

  •  Ontwikkelingsfasen van het kind – Bernard Lievegoed
  • Caleidoscoop van een levende pedagogie – Hanne Looij
  • Groeiwijzer van nul tot één jaar – Paulien Bom en Machteld Huber
  • Groeiwijzer van één tot vier jaar – Paulien Bom en Machteld Huber
  • Kinderspreekuur – Wolfgang Goebel en Michaela Glockler
  • Regelmaat en inbakeren – Ria Blom
  • De twaalf zintuigen, Poorten van de ziel – Albert Soesman
  • De eerste zeven jaar, kinderfysiologie – Edmond Schoorel
  • Herzwerk – Jelle van der Meulen
  • Over angstige, verdrietige en onrustige kinderen – Henning Kohler
  • Moeilijke kinderen bestaan niet – Henning Kohler
  • Algemene menskunde als basis voor de pedagogie – Rudolf Steiner
  • Genezend opvoeden – Rudolf Steiner
  • Kinderen en hun spel – Marieke Anschutz
  • Heilpedagogie, ontwikkelingsstoornissen – Geertje Post Uiterweer
  • De herontdekking van het ware zelf – Ingeborg Bosch