Personenregister kinderopvang vanaf maart 2018

Wat is het personenregister?
Het personenregister is een register waarin iedereen die werkzaam is (of wil zijn) in de kinderopvang, zich moet inschrijven. Iedereen die is ingeschreven in het register, wordt continu gescreend. Continue screening betekent dat er dagelijks wordt gekeken of mensen die werken in de kinderopvang nieuwe strafrechtelijke gegevens in het Justitieel Documentatie Systeem op hun naam hebben staan. Bijvoorbeeld doordat iemand een overtreding of misdrijf heeft begaan of hiervan wordt verdacht (er is een proces-verbaal opgemaakt). Als blijkt dat een persoon werkzaam in de kinderopvang een bedreiging vormt voor een veilige omgeving voor kinderen, gaat er via de GGD een signaal naar de werkgever of het gastouderbureau.

Doel continue screening / personenregister
De periode waarin kinderen worden opgevangen in een kindercentrum of door een gastouder, is een cruciale periode in de ontwikkelingsfase van kinderen. De opvang moet bijdragen aan een goede en gezonde ontwikkeling van het kind, in een gezonde en veilige omgeving. De kinderen zijn in deze fase immers kwetsbaar, zeker als zij zo jong zijn dat de opvang nog vooral gericht is op de fysieke verzorging en zij zich nog niet zo goed verbaal kunnen uiten. Ten behoeve van een veilige kinderopvang moeten mensen die in de kinderopvang werken in bezit zijn van een verklaring omtrent het gedrag (VOG). De VOG toont aan dat een persoon geen strafbare feiten op zijn/haar naam heeft staan die een belemmering vormen bij het werken in de kinderopvang. Een VOG is een momentopname. Mensen kunnen zich na afgifte van de VOG schuldig maken aan een strafbaar feit en daardoor een bedreiging vormen voor de veiligheid van kinderen. Zolang dit niet bekend is bij de eigenaar van de kinderopvang of de toezichthouder, kunnen zij in de kinderopvang blijven werken. Dit is ongewenst. Daarom heeft de overheid besloten dat alle mensen die in de kinderopvang werken, continu worden gescreend op strafbare feiten. Sinds 1 maart 2013 is de continue screening van toepassing op alle vaste medewerkers. Na invoering van het personenregister vallen ook de tijdelijke medewerkers onder de continue screening op basis van gegevens die zijn opgenomen in het personenregister.

Wie moeten zich inschrijven in het register?
In de Wet Kinderopvang is in artikel 1.50, derde lid, artikel 1.56, derde lid, en artikel 1.56b, derde lid, opgenomen wie zich moeten inschrijven in het personenregister: – de houder of voorgenomen houder van een kindercentrum en gastouderbureau; – de personen die op basis van een arbeidsovereenkomst met de houder of met een uitzendorganisatie tijdens opvanguren werkzaam zijn dan wel zullen zijn op de locatie van een onderneming waarmee de houder een kindercentrum exploiteert en waar kinderen worden opgevangen;
– de personen die op basis van een andere overeenkomst met de houder structureel tijdens opvanguren werkzaam zijn of zullen zijn op de locatie waarmee de houder een kindercentrum exploiteert en waar kinderen worden opgevangen;
– de personen die uit hoofde van hun functie toegang hebben of zullen hebben tot informatie over de kinderen die worden opgevangen (kantoorpersoneel en bemiddelingsmedewerkers van een gastouderbureau);
– de personen van 18 jaar en ouder die op het woonadres waar een kindercentrum is gevestigd hun hoofdverblijf hebben of zullen hebben dan wel die structureel tijdens opvanguren aanwezig zijn of zullen zijn op het kindercentrum gevestigd op een woonadres;
– de gastouder of voorgenomen gastouder;
– personen van 18 jaar of ouder die op hetzelfde woonadres als de gastouder hun hoofdverblijf hebben (huisgenoten);
– personen van 18 of ouder die structureel tijdens opvanguren aanwezig zijn of zullen zijn op de opvanglocatie.

Wat betekent ‘structureel’?
Een hulpmiddel bij het duiden van het begrip structureel is de volgende richtlijn:
o Aanwezigheid van minimaal eens per drie maanden een half uur;

Voorbeelden: Een houder van een kindercentrum huurt een hovenier in die tweemaal per jaar de heg komt snoeien. Deze hovenier hoeft zicht niet in te schrijven in het register. De hovenier is minder dan eenmaal per drie maanden aanwezig en valt daardoor niet onder de noemer ‘structureel’. De gastouder heeft een buurvrouw die wekelijks tijdens opvanguren op de opvanglocatie een kop koffie komt drinken. Deze buurvrouw moet zich wel inschrijven in het register. De buurvrouw is minimaal één keer per drie maanden aanwezig en het koffiedrinken neemt meer dan een half uur per keer in beslag.

Eenmalige langdurige opdrachten
Een uitzondering op de richtlijn voor het begrip ‘structureel’ zijn de eenmalige langdurige klussen. Ondanks dat deze klussen vanwege de omvang (> half uur per drie maanden) onder de noemer structureel lijken te vallen, kan hier vanwege de aard & duur van de klus vanaf geweken worden. Het gaat om werkzaamheden die niet langer duren dan een aangesloten periode van twee weken en waarbij geen sprake is van directe betrokkenheid bij en/of verantwoordelijkheid voor de kinderen.

Voorbeeld: Een houder van een BSO wil alle kozijnen laten schilderen en huurt hiervoor een schilder in. De schilder is tien dagen bezig op de locatie. Vanwege de duur, het éénmalige karakter van de opdracht en het feit dat de schilder geen enkele betrokkenheid heeft bij de kinderen, hoeft de schilder zich niet in te schrijven in het register. Een scholier komt gedurende 5 dagen meelopen op het kinderdagverblijf, vanwege een snuffelstage. Omdat deze stage een eenmalig karakter heeft en de scholier geen enkele verantwoordelijkheid draagt voor de kinderen, hoeft deze snuffelstagiair zich niet in te schrijven in het register. Een houder van een kinderdagverblijf huurt een week lang iemand in die circusacts oefent met de kinderen. Deze persoon moet zich wel inschrijven in het register. Deze persoon is op basis van een overeenkomst werkzaam voor de houder en draagt vanuit de opdracht verantwoordelijkheid voor de kinderen.

Richtlijn, geen beleidsregel
De richtlijn voor het begrip ‘structureel’ is geen beleidsregel of definitie die antwoord geeft op alle voorkomende situaties. Er zullen zich in de praktijk geregeld kwesties voordoen die vragen om maatwerk. Wat altijd geldt is dat de houder verantwoordelijk is voor het bieden van verantwoorde en veilige kinderopvang. Wanneer de houder derden toegang verleent tot het kindercentrum zal hij zich altijd af moeten vragen wat dit betekent voor de (veiligheid van) de kinderen. Oók wanneer het om incidentele aanwezigheid gaat. Een houder heeft de mogelijkheid om een VOG te verlangen van een ieder met wie hij (op wat voor manier dan ook) een samenwerking aangaat. Ziet de houder van deze mogelijkheid af, omdat hij meent dat de veiligheid van de kinderen niet in het geding komt, dan zal hij dit moeten kunnen onderbouwen. De toezichthouder heeft als taak om te beoordelen of de houder voldoet aan zijn wettelijke plicht om veilige en verantwoorde kinderopvang te bieden. De wettelijke plicht om een VOG (en inschrijving in het PRK) te verlangen van een ieder die structureel aanwezig is in de kinderopvang, is slechts een klein onderdeel bij het bieden van veilige en verantwoorde kinderopvang. De toezichthouder zal kijken naar het grotere geheel en de motivatie achter het handelen van de houder. Hierbij redeneert hij vanuit het oogpunt van veiligheid, niet vanuit achterdocht.