Verslag Inspriatiedagen

Uriël

Het is een warme dag, de een na laatste dag van juni. We komen bij elkaar om inspiratie op te doen, onder de vleugels van aardsengel Uriël. We zijn met de tijd net voorbij midzomer, Sint Jan, gereisd;

De klimmende zon doet groeien,
de dalende zon doet rijpen.

De zomertijd die ons beweegt los te komen van vaste ritmes, ons uitnodigt gedachten te laten vieren en te zoeken naar dat wat de beweging van de warmte ons brengt. Ze nodigt uit onszelf te mogen verliezen, ons in vervoering te laten brengen door dat wat we nog niet kennen, door het onbekende. Dit kan spannend zijn, chaotisch en tegelijk verfrissend en vernieuwend. Ervaringen die ons vragen brengen over hoe we ons voelen, en of we tevreden zijn met hoe we leven. Uriël helpt ons in deze tijd ordening te scheppen, vormkracht te vinden en richting te geven.

We beginnen de ochtend met een lied om ons vervolgens te richten op het thema van de dag; taal en spraakontwikkeling door spreekkunstenaar Caroline Bruggemans en spraaktherapeut Cinthia van der Ham. Om tot ontwikkeling te komen hebben wij als mensen een gezond tegenover nodig en daarbij zijn taal en spreken essentieel voor het leven. Spreken is je stem laten horen. Met je stem maak je jezelf kenbaar, je laten weten dat je er bent. Je stem vertegenwoordigd jou als mens, op belangrijke momenten word je ‘instemming’ gevraagd.

Het kind neemt het totale waar van de taal en het spreken. Al voor de geboorte, tijdens de 25ste week van de zwangerschap gaat het kind horen. En huilt in de melodie van de taal. Vanaf de geboorte horen wij de eigen stem van het kind. Voor de ontwikkeling van de stem is beweging belangrijk. Voorafgaand aan het spreken gaan alle klanken van de hele wereld door de mond van het kind. Vervolgens gaat het kind brabbelen en spelen met de lettergrepen. Zo is het pakken en laten vallen van een speeltje, een oefening voor het strottenhoofd. Klanken die je spreekt moet je ook kunnen pakken en weer laten vallen.

Onze eerste woorden rond het eerste levensjaar zijn zelfstandig naamwoorden, zoals huis, stoel, tafel, auto; het benoemen van de dingen die er zijn! Je bevindt je dan helemaal in de wereld. Als je gaat staan, staat de wereld ineens tegenover je. En dan leer je lopen, en staat de taal vaak even stil. En met de beweging van het lopen beweegt ook de ontwikkeling van de taal mee en ontstaan de eerste zinnen. Rond het tweede levensjaar komt het gebruik van werkwoorden en zien we iets van ‘het wordende’ van het kind. Het kind wil de wereld naar zich toe halen, deze eigen maken. Rond het tweede jaar ken je al rond de duizend woorden en dat worden er steeds meer. Voor de taalontwikkeling kunnen we concluderen dat bewegen essentieel is om te komen tot spreken.

Voor het spreken gebruiken we onze stem, articulatie en adem. In de ontwikkeling van het spreken kunnen om allerlei redenen het spreken, of je stem laten horen, stagneren of vertragen. We hebben onder begeleiding van Cinthia met allerlei klap, spring en bewegingsoefeningen kunnen voelen en uitproberen hoe we met klanken en woorden kunnen spelen en deze kunnen verhelderen met onze articulatie. Door het gebruik van ritmes en klemtonen in een zin kunnen kinderen vertrouwd raken met klanken en woorden die ze niet gemakkelijk uit zichzelf uitspreken. Voorbeelden hiervan zijn:

Ik bouw eerst een boot, (met je armen voor je een boot vormen)
Dan stap ik erin, (eerst je linkervoet optillen en weer neerzetten en dan je rechtervoet)
De golven dragen mij, (met je armen op en neer bewegen zoals de golven)
‘k zie stralende zonneschijn. (met je armen zijwaarts in een boog van boven naar beneden).

Als de wind zo suist,
Als de zee zo bruist,
Als het riet zo ruist,
Zijn wij blij en sterk,
Gaan wij graag aan ’t werk.

Voor de lunch zijn we naar het Fort aan de Klop gewandeld, waar we werden opgewacht voor een heerlijke lunch. Tijdens de lunch werden we mee genomen in drie sprookjes door verhalenverteller Abe van der Veen onder begeleiding van harp en zang door Iris Schram. De kracht van verhalen, van het spreken en luisteren kwamen onder de warme zon tot leven. In de prachtige omgeving van het Fort en met de verhalen die we horen bevinden we ons even in een andere realiteit. We sluiten de middag af door met elkaar terug te wandelen en eenieder maakt een engeltje om mee te nemen naar huis. De warmte houdt aan en we zullen weer bij elkaar komen in de herfst, om de vruchten van de zomer te oogsten.

Michael

De Michaelsdag op 21 september stond in het teken van ‘Vakmanschap naar Meesterschap’. Waar we de vorige inspiratie dag hebben afgesloten met de verhalen, beginnen we ditmaal met het prachtige lied ‘keep you in peace’ onder leiding van Margie en het geschreven verhaal van Carla met de uitnodiging bij elkaar te komen, rondom een vuur, waar we ons verbonden kunnen voelen in vrede. Hoe kunnen we dat vuur vandaag de dag laten branden? Hoe kunnen we in verbinding staan met elkaar in ons werk?

Barbara verteld hoe de aartsengel Michael ons daarbij kan helpen. Michael is het die ons keer op keer door de beproevingen van het leven heen leidt. Hij is de engel van de ‘tough love’, die ons bemoedigt om dwars door alle lessen van het leven heen te groeien in wijsheid, mededogen, liefde en inzicht. Zó komt er ruimte voor het Christuslicht. Het gaat er Michael om dat we vrije mensen worden. Dat we onszelf bevrijden van allerlei vormen van afhankelijkheid. Jullie kennen vast wel het verhaal van Ridder Joris. Denk maar eens aan het koninkrijk dat in de greep was van de draak die in het diepe meer woonde. Die draak werd iedere keer gesust en tevreden gehouden. De koning en zijn onderdanen waren niet vrij. De krachten waren niet getemd en de mensen gebonden. Ridder Joris (ons hogere Ik) trok ten strijde tegen de draak en kreeg van Michael een sterrenzwaard waarmee hij de draak in het licht kon zetten. Hierdoor werd hij gezien en kon hij getemd worden. Zó beschermde hij de prinses, die symbool staat voor onze ziel. De prinses die moedig haar lot had aanvaard en zonder terug te kijken, met open vizier, de draak tegemoet liep.
Wellicht zijn alle draken in ons leven
Uiteindelijk prinsessen
Die er in angst en beven slechts naar haken
Ons eenmaal dapper en schoon te zien ontwaken.
Wellicht is alles wat er aan verschrikking leeft
In diepste wezen wel niets anders dan iets
Wat onze liefde nodig heeft.
Rainer Maria Rilke
Michael nodigt ons uit om weer in verbinding met onze ziel te leven. Onze ziel die verbonden is met ons hart. Het is een uitnodiging om je ogen in je hart te laten zakken en te kijken met de ogen van je hart. Ons hart weet de antwoorden op vragen waarop ons hoofd geen antwoord weet.

Dat is natuurlijk eenvoudiger gezegd dan gedaan… daarom nodigt Barbara ons uit om in beweging te komen, uit ons hoofd. En ze leert ons het spel van Beertje Brom zo graag:

Ik ben beertje brom zo graag
slof slof slof slof
zoek mijn vruchten rijp en zoet
slof slof slof slof
Hier een bes en daar een bes
ze doen me goed
zo rijp en zoet
Ik ben beertje brom zo graag

Wanneer je de beer speelt en bewust bent wat het voor je lichaam doet, breng je al spelend beweging in je darmen en middenrif, strek je je longen, breng je beweging in de grote rugspieren. Je brengt het middengebied in stroming, creëert ruimte, waarin afvalstoffen weg kunnen stromen en voedingsstoffen opgenomen kunnen worden. De weefsels worden vitaler. Hiermee komt er ook weer helderheid in het denken.

Wat beweegt er onverteerd in de onderstroom mee en komt tot uitdrukking in je gedachten en gevoelens, in je stemming en je handelen?

Een vraag die Marlies Maas Geesteranus verder met ons uitdiept door aan de slag te gaan met het idee, ik ben OK, jij bent OK. Hiervan zijn vier verschillende vormen:
Ik ben OK, jij bent OK (ik+, jij+) Jij en ik zijn de moeite waard, we zijn waardevolle mensen. Wanneer jij en ik een conflict hebben wil ik het oplossen, maar het resultaat zal niet ten koste van jou of mij gaan.
Ik ben niet OK, jij bent OK (ik-, jij+) Mijn leven is minder de moeite waard, ik ben niet zo belangrijk als jij. Jij bent beter dan ik. Als we een conflict hebben zal ik maar toegeven.
Ik ben OK, jij bent niet OK (ik+, jij-) Jouw leven is niet de moeite waard, ik ben belangrijker dan jij. Als we een conflict hebben zal ik mijn mening doordrukken, want ik wil mijn zin krijgen, ook al gaat dat ten koste van jou. Ik weet wat goed voor jou is.
Ik ben niet OK, jij bent niet OK (ik-, jij-) Het leven is niet de moeite waard, we kunnen toch niets doen. Waarom zouden we ons inspannen om een probleem op te lossen. Het is toch hopeloos, ik ontloop alles liever.

Ieder mens heeft in relatie tot de ander een gevoel, over zichzelf en over de ander. Deze overtuigingen over onszelf en de ander dragen we met ons mee, tenzij wij bewust verandering nastreven. In onze praktijk en tijdens ons werk beïnvloeden deze overtuigingen onbewust ons meesterschap.

Vervolgens zijn we in groepen uiteengegaan om de verschillende uitgangspunten met elkaar te oefenen. We stelde ons op als ouder, gastouder en kin(deren), en ondervonden wat alleen al een oogopslag, een lach of een afkeurende blik doet met je gevoel. Een twijfel over jezelf of de ander, kan je gevoel van welkom voelen al volledig ontnemen. Een zeer krachtige oefening om ons bewust te worden van beeldvorming en onze onderliggende gedachten en gevoelens.

De lunch was gekookt door Ikupa en we werden verrast met een warme Tanzaniaanse maaltijd. Na deze heerlijke maaltijd werd iedereen uitgenodigd door Olga en Sacha Tyagi tot het maken van een zelfportret. Vanuit het niets, het stuk klei, de aarde, ontstaat iets, een vorm die iets weergeeft van wie jij bent, jouw kracht. Het is Olga’s wens is om kunst en opvoeding als één te zien. Tijdens haar werk met de kinderen heeft ze de volgende vragen ervaren die haar bij ‘opvoeding is kunst en de kunst is opvoeding’ hebben gebracht:

De wederkerigheid van opvoeding; wij zijn de leerlingen van de kinderen en de kinderen zijn onze leerlingen – kinderen willen graag een leraar/een volwassenen zien waarbij zij zichzelf kunnen zijn, zich aan kunnen optrekken, spiegelen, van leren. Het is dit gegeven wat ons als volwassenen in de hoedanigheid van leraar/opvoeder plaatst. Het is een beweging richting iets nieuws, iets wat nog niet bestaat, we kunnen de schaduw zien van de nieuwe voorstelling, dat wat in wording is, ons werk is het creëren van een open ruimte waarbinnen ontwikkeling en groei mogelijk is, vanuit een houding van dankbaarheid voor de aanwezigheid van de kinderen en voor de vraag wie ben ik? Wat kom ik brengen in deze wereld? En hoe kan ik jou – het kind – een stukje mee laten reizen met mij? Wat leef ik voor?
Zelfliefde/gezondheid, vertrouwen in jezelf, in hart, hoofd en handen.
Ben je in vrede? (Voel in jezelf, kijk naar binnen, voel je lichaam, wat vertelt je lichaam je). Het gebied van tijdloosheid, zonder oordeel, opheffen van de polariteiten.

Open staan voor de oneindige mogelijkheden: kunst ofwel levenskunst. Kunst als scheppend vermogen, een interval tussen zien en begrijpen en tussen vervreemding en toe-eigening, een moment van hapering kortom, omdat er te midden van de stortvloed aan beelden ineens ee

n vraagteken wordt opgeworpen dat ons aan het denken zet.

Er ontstonden prachtige zelfportretten. We werkte in stilte en in gesprek met elkaar. Het mooie en bijzondere was dat het beeld dat ontstond voor zich sprak. Ieder beeld was uniek en liet ons een eigenheid zien.

We do not inherit the world from our parents – we borrow it from our children.

Olga Middendorp, oktober 2019